Posts tonen met het label mmm lekker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mmm lekker. Alle posts tonen

zondag 9 februari 2014

zoete zondag: chocomousse, misbaksels en Prince-koeken

Het heeft lang geduurd, maar ik heb mij er eindelijk aan gewaagd: tofu-chocomousse. Klinkt niet-te-vreten. Is super-lekker. Ik heb er alle begrip voor als u dit niet ziet zitten, maar voor de dapperen: uw nieuwsgierigheid zal beloond worden. Ik was varianten van het concept al vaak tegengekomen, en koos niet geheel onverwacht voor de simpelste versie, "The world's fastest chocolate mousse". 225 gram zwarte chocolade + 225 gram zijden tofu + 1 eetlepel vanille extract = chocomousse in geen tijd. Het is een simpele kwestie van tofu blenden, chocolade smelten, chocolade en vanille bij de tofu blenden en het geheel laten opstijven in de koelkast. Voldoende chocolade is een absolute must want bij de eerste versie kwamen mijn ergste tofu-angsten uit en dacht ik "f*ck, dat is gewoon tofu met chocolade-smaak". Godzijdank is er een soort van magisch kantelpunt waarbij er genoeg chocolade is toegevoegd en de tofusmaak volledig in het niks vedwijnt. VICTORY!


Uw geoefende oog merkt misschien dat die vork wel verdacht rechtop staat in de chocomousse. Klopt. In mijn angsten van te-weinig-chocolade-te-veel-tofu gooi ik af en toe te veel chocolade in de mix, en dan durft het geheel net iets te hard worden in de koelkast, een soort van Nutella-consistentie. Ik bedacht dat de choco-mix wel eens een ondergrond van koekje kon gebruiken. Dus bakte ik zeer lekkere pindakaas-koekjes die in duizend kruimels uit elkaar vielen toen ik er nog maar naar keek. En bakte ik vervolgens "pudding-mix"-koekjes, die niet enkel in duizend kruimels uit elkaar vielen, maar ook nog eens simpelweg niet te vreten waren. Ze zagen er nochtans goed uit:


Ik gebruikte dit recept, zonder de pistachenoten. En ofwel is Belgisch puddingpoeder (de classic van Imperial) mijlenver verwijderd van de Amerikaanse versie, ofwel was het pakje vervallen, maar in ieder geval - er hing een soort van vieze chemische geur rond en de koekjes smaakten echt nergens naar. Balen.

Gelukkig zijn er in tijden van koekjes-nood de granen-biscuits van de Hema. Vegan en ideaal voor een stapel half home-made Prince-koeken. Dat draaide best goed uit - al maakt u deze dingen best niet te lang op voorhand, na een dag worden de koekjes namelijk nogal wak. Het resultaat ging mee naar de Nieuwjaarseditie van Fou de Coudre, nog altijd het gezelligste naaiclubje van het land, alwaar mensen gelukkig openstaan voor een eet-experimentje. Missie alsnog geslaagd dus. Al blijf ik met die puddingkoekjes in mijn hoofd zitten - wat denkt u, nog eens proberen of is het een verloren zaak?

3de poging - na zonsondergang

zondag 2 februari 2014

zoete zondag: vegan French toast & maple whip

Ik heb een kook-fase, geïnspireerd door één van mijn sympathieke collega's die allerlei fantastisch vegan lekkers meebrengt naar het werk. En geïnspireerd door allerlei fantastisch vegan lekkers dat ik in december in New York City mocht proeven (waarover later meer).

Sinds NYC zit ik met een kleine French toast-obsessie. Gewonnen brood, verloren brood, pain perdu, het is maar hoe u het wenst te noemen - en het kan ook plantaardig. 
Ik zocht online een recept en kwam uit bij de versie van het mooie Love & Lemons. Het recept schrijft amandelmelk voor, maar het werkte evenzeer met sojamelk. Ik had nutritional yeast in huis, maar zonder smaakt het ongetwijfeld ook lekker.


Ik voel alvast een nieuw weekend-ontbijt-ritueel ontstaan. Om het helemaal af te maken -en omdat ik een restje zijden tofu in de koelkast had staan- experimenteerde ik bij wijze van "beleg" met maple whip. Ook ontdekt in New York, al kreeg ik het recept niet helemaal op z'n punt. In de blender gooide ik zijden tofu, maple syrup, kaneel, agavestroop en een beetje citroen. Het was best lekker, maar het tofu-smaakje ging er niet helemaal uit, dus wie daar iets op kan verzinnen: geef een gil! Volgende keer probeer ik eens gewoon sojaslagroom met wat kaneel en agave denk ik. 

Smakelijk!

zondag 10 november 2013

de feestelijke vegan brownie

Omdat het weekend is, omdat ik gisteren op een ochtendlijke rondleiding in Molenbeek mijn hart nog eens vijfvoudig verloor aan deze stad, omdat ik intussen ruim een jaar plantaardig eet en daar nog altijd zeer content van ben, omdat de kapucijnapen in 2014 verhuizen naar een fijn nieuw (oud) appartement met een gele ijskast en omdat er voor een goeie brownie eigenlijk nooit een reden nodig is - de plantaardige brownie!

Wie op zoek gaat naar recepten voor vegan brownies komt al snel allerlei onheilsberichten tegen over hoe moeilijk het is om een plantaardige versie van een brownie-recept te maken. Iets met het belang van eieren voor de juist consistentie. Chance dat ik beroep kon doen op Lisette in Luilekkerland, het vegan dessertenboek van Lisette Kreischer.

Ik paste het recept een beetje aan wegens niet alle ingrediënten in huis, en omdat ik de lichtbruine kleur van het beslag niet echt vertrouwde. Dus werd het:


200 ml rijststroop
235 g bloem
150 g appelmoes
150 ml zonnebloemolie
150 ml water (water in een brownie!)
ongeveer 200 gr zwarte chocolade - de helft om te smelten en de helft in kleine stukjes 
1 theelepel bakpoeder
1 eetlepel Nesquick
een paar druppels vanille essence (of the real stuff natuurlijk)
beetje kaneel
twee handjesvol noten, grof gehakt (ik had walnoten en hazelnoten voorhanden, maar pecannoten zullen ongetwijfeld ook een goeie optie zijn)

De bedoeling is dat je de natte ingrediënten (rijststroop, appelmoes, zonnebloemolie, water, vanille, gesmolten chocolade) in één kom mengt en de droge (bloem, Nesquick, kaneel, noten, stukjes chocolade, bakpoeder) in een andere, en vervolgens gooi je beide mengsels bij elkaar. De "natte" mix van zonnebloemolie, rijststroop en appelmoes gaat er ronduit goor uitzien, maar dat moet u gewoon maar even negeren, het komt goed, beloofd. 


Het recept schrijft cacaopoeder en relatief weinig zwarte chocolade voor en aangezien ik wel Nesquick had maar geen cacaopoeder, smolt ik een extra hoeveelheid zwarte chocolade (met een beetje soyamargarine in de pot, dat moet ongetwijfeld au bain marie, maar rechtstreeks gaat zoveel sneller) en draaide die mee door de natte mix. Het beslag gaat vervolgens een halfuurtje in de oven, als je er met een satéstokje/breinaald in prikt hoeft die er niet droog weer uit te komen want het hele punt van brownies is uiteraard dat ze een beetje plakkerig blijven. Ik heb overigens geen satéstokjes in huis dus ik wacht gewoon een halfuurtje en zet de oven af als de bovenkant van de brownies er min of meer gebakken uitziet. Bakken voor de luie huisvrouw, jawel.

In het boek staan ook aanwijzingen voor een bijbehorende chocolade fudge laag, maar die liet ik achterwege. De brownie werd goedgekeurd door een ruim publiek van niet-vegans en geen kat die gelooft dat het recept geheel en plantaardig en -op de suiker in de appelmoes en chocolade na- bijna suikervrij is. Jammer genoeg pakte het eindresultaat nog minder op foto dan het maakproces zelf:


Samen met de heerlijke lemony thyme summercake heb ik er bij deze een nieuwe favoriet bij uit Lisette in Luilekkerland - zo komen we de herfst wel weer door. 


vrijdag 9 augustus 2013

Het eten, den hof en die andere uitdaging van de week

Vijf dagen koken voor 1 met een budget van 15 euro dus. Heb ik honger gehad? Niet echt, op een licht grommende maag na de eerste namiddag van de week, toen ik mij nog niet geweldig georganiseerd had. Heb ik lekker gegeten deze week? Nee. Ben ik content dat het morgen zaterdag is? Geen klein beetje. Totale bonen en tomatenpuree overload. Er valt ongetwijfeld iets beters te verzinnen, maar op een beperkt budget vraagt dat een stuk meer creativiteit dan gewoonlijk en frankly, ik had gewoon geen goesting om al te veel na te denken. Dus was er pasta met courgette, pasta met witte bonen en tomatenpuree, nog pasta met witte bonen en tomatenpuree, pittabroodjes, salade met broccoli, boontjes, kikkererwten en aardappel, rode bonen met wortel en tomatenpuree. Oh en nog meer rode bonen met wortel en tomatenpuree. Alles bij elkaar een budget van bij benadering 11,50 euro. Dus wordt het vanavond een frietjes-van-de-frituur-feestmaal, want dat kan er nog wel vanaf.
Net onder het budget dus, maar ik speelde wel keihard vals met enkele ingrediënten die ik al in huis had en anders dreigden slecht te worden: een open pot soja yoghurt en een bakje aardbeien, pure luxe. Samen sowieso goed voor méér dan die 2 euro overschot.
Afgezien van de valsspeel-items was de plantaardige variant op salade niçoise met voorsprong het lekkerste dat ik heb gegeten (geen bonen! geen tomatenpuree!). Extra lekker omdat de boontjes zowaar uit eigen hof kwamen. Want kijk eens aan, die balkontuin van ons deed keihard z’n beste de voorbije weken, al slaat de boontjesplant tegenwoordig een beetje geel uit:
bonenplant nadat het gros van de bonen in de salade was gedraaid
Wat hebben we geleerd deze week? Vooral dat het stevig tegenvalt om theoretisch begrip aan den lijve te ondervinden. Dat het vooral het absolute gebrek aan flexibiliteit is dat enorm tegensteekt. Dat ik nog beter begrijp waarom het Groene Gedachtegoed u volledig kan gestolen worden als er weinig geld in huis is. En dat ik dus maar een tijdje geen bonen en tomatenpuree meer moet eten.
En wat hebben we nog gedaan deze week? Een rijbewijs gehaald! Eind juni ging dat plan al eens geweldig de mist in toen ik na eindeloos oefenen op alle gekke Brusselse verkeerssituaties, een zeer rustige examenroute in Woluwe toebedeeld kreeg en vervolgens als een volslagen idioot een verbodsbord niet zag staan en een eenrichtingsstraat inreed. Gisteren onthield ik mij gelukkig van dergelijke stommiteiten en terwijl ik het bijna zonde vond dat het Meiserplein niet op de route stond, mocht ik dit keer wel in schoonheid eindigen met een stukje Brusselse ring. Tsjakkaah! De heuglijke gebeurtenis werd gevierd met een bord pasta met bonen en tomatenpuree; maar ook met 3 aardbeien en een perzik gekregen van ons moeder die al evenzeer in de wolken was met het feit dat ook kind nummer 2 bij deze eindelijk een rijbewijs heeft. ‘t Werd eens tijd.

zondag 4 augustus 2013

Breadline challenge - ready, set, go!

Mocht u hier in eerste instantie een vakantieverhaaltje verwachten, dan hou ik u nog even in spanning. Het is vanaf morgen namelijk tijd voor de Breadline Challenge, een sympathieke uitdaging waarmee ik graag mijn favoriete Britse charity een hart onder de riem steek. FoodCycle brengt vrijwilligers, leegstaande keukens en "overschot" voedsel bij elkaar en kookt wekelijks een massa lekkere, voedzame maaltijden bij elkaar voor mensen die het kunnen gebruiken. 

FoodCycle heeft zich de voorbije jaren over heel Engeland verspreid en dat is eigenlijk te gek voor woorden. Dat er zo veel mensen bij een sociale organisatie moeten aankloppen voor een degelijke maaltijd. 

foto: FoodCycle

En dus houdt het FoodCycle team deze week de Breadline Challenge. Dat wil zeggen dat ze aandacht vragen voor "food poverty" door een week te koken en te eten op het budget van een leefloner. 18 pond per week (hoe het bedrag werd berekend, leest u hier). En ik doe mee. 

Uiteraard is Engeland België niet, maar ik maak mij weinig illusies over de armoede die schuilgaat achter de gevels in de Marollen hier net om de hoek. Het weekbedrag ligt in Brussel misschien anders dan in Londen of Leeds, maar dat doet er niet zoveel toe. 15 euro voor de week heb ik mezelf toegekend, omdat mijn breadline week maar vijf en geen zeven dagen telt. 8,50 euro is al opgegaan aan de Julienne groententas voor de week, besteld zonder na te denken bij het weekplan. Niet de beste start dus, maar ik heb wel al 2 broccoli's, 2 courgetten, 2 preistengels, een krop sla en een zak wortelen. De kruiden in het keukenrek en op het balkon doe ik mezelf kado. Nog zes en een halve euro te gaan. 

Uiteraard is dit soort uitdaging een ei'tje voor wie zaterdag de voeten onder tafel kan schuiven aan het thuisfront en volgende maandag weer gewoon koopt waar ze zin in heeft. Uiteraard kan en mag charity niet de oplossing zijn voor wijdverspreide armoede. Maar een beetje aandacht kan nooit kwaad. 

Ik ga natuurlijk op zoek naar recepten op de blog van de inmiddels zowat wereldberoemde Jack Monroe, A girl called Jack, maar als u budget-eettips in de aanbieding hebt, ik hoor het zeer graag. Wat is de beste koop met mijn resterende 6,50 euro?

zondag 5 mei 2013

biologisch Brussels brunchen

Voor iemand die beweert over Brussel te schrijven, schrijf ik eigenlijk bijzonder weinig over die hoofdstad van ons. Niet dat er niks te vertellen valt, wel dat ik simpelweg niet weet waar te beginnen. Een klein hapbaar brokje dus vandaag, in het thema ontbijt/brunch. De Kapucijnapen eten zelden ontbijt buitenshuis, want onze keukentafel op een weekendochtend, met een tafel vol lekkers en de krant, daar valt eigenlijk niet mee te concurreren. Maar deze week stapte ik toevallig in niet één, maar twéé fijne ontbijtplekken binnen. Mocht u zich dus ooit 's ochtends met rammelende maag in de hoofdstad bevinden (of later op de dag natuurlijk, want beide etablissementen zijn open tot een uur of zes), dan beveel ik u zeer warm aan:

Yeti - te vinden in het sympathiekste zijstraatje van de Anspachlaan (de Bijstandsstraat, op nummer 4), Yeti zit er intussen al bijna een jaar denk ik, maar om één of andere reden passeerde ik er nooit op een hongerig moment. De etalage nodigt nochtans uit, met grote ramen die zicht geven op een lichte, heel grootstedelijke (denk: Berlijn of Londen) eetruimte. Zo'n café waarvan ik steevast denk "oh als ik nu een freelance journalist zou zijn, dan zat ik hier elke namiddag te werken met een kop koffie". En ik WIL niet eens freelance journalist worden. Een stel sympathieke Canadezen houdt de handel draaiende, de sfeer is relaxed (een beetje te relaxed misschien voor wie echt heel veel honger heeft) en de brunchkaart doet watertanden. Bovendien kiezen de uitbaters zoveel mogelijk voor lokale, biologische en fair trade producten, waarvan sommige ook te koop zijn uit het bijhorende winkelrek. Dubbele winner! Er staan enkele vegetarische opties op het menu, voorlopig nog geen veganistische, maar de kok kwam met veel plezier uit z'n keuken om wat vragen te stellen over wat ik wel en niet at en toverde vervolgens een gigantische custom made salade op tafel met broccoli, boontjes en gefrituurde ajuintjes. Lekker! 
(c) foto: Yeti

God save the cream - die naam alleen al verdient natuurlijk een aanbeveling, maar het gaat ook verder dan dat. Een klein stukje Groot-Brittannië in Brussel, is GSTC. Net buiten de drukte van de place Stéphanie aan de Louizalaan waant u zich even in Londen. Op de kaart staan zowel ge-wel-dig uitziende taartjes allerhande als een reeks hartige gerechten die wisselen met de seizoenen. Alles op het menu wordt ter plaatse gemaakt, met biologische ingrediënten (er staat zelfs een lijstje met leveranciers online), en ook hier vindt u een winkelwand waar u een Britse organic assortiment bij elkaar kan shoppen. Ik dronk er dit weekend een heerlijk grote koffie verkeerd (sojamelk: check) maar wil zeker terug om het GSTC-bord uit te proberen, de dagschotel die uit een wisselende combinatie van kleinere hapjes bestaat (niet per definitie vegetarisch/veganistisch, maar de uitbater verzekerde wel dat dat op simpele vraag zeker mogelijk is; en dus beloofde ik meteen om terug te komen).

(c) foto: God save the cream
Nog meer plantaardig en/of biologisch brunchen in de hoofdstad? Intussen wereldberoemd en nog weinig origineel, maar ook de filialen van Le Pain Quotidien blijven een life saver voor de hongerige veganist. De boterham met tahini en geroosterde groenten is hemels, sojamelk is er altijd voorradig en afsluiten kan met de vegan muffin. De gemeenschappelijke tafels hebben intussen zowat heel België en bij uitbreiding de meeste wereldsteden veroverd, dus qua Brussels exportproduct kan dat wel tellen. 

Zo. Laat ons hopen dat bij deze de bal weer enigszins aan het rollen gaat wat die Brussel-posts betreft. Houdt u vooral niet in mocht u verzoeknummers hebben.

dinsdag 30 oktober 2012

Klein begonnen...

... is half gewonnen. Of zoiets? Ik kon dus niet wachten om aan de slag te gaan met Goed Eten. In die mate dat ik de hele maandag wat op m'n stoel zat te schuifelen op het werk. Want ik had mijn oog op de Mexicaanse bruidskoekjes laten vallen. Die er zo lekker uit zagen dat ik spontaan aan het boek begon te ruiken (het ruikt gewoon naar lekker nieuw boek). 

De koekjes zijn inderdaad ideaal als kado'tje. Omdat ze simpel zijn, maar toch ook speciaal. Uiteraard moest ik zelf voorproeven en alzo verdween al ongeveer één vierde van de "oogst". Gelukkig bleef er nog wat over voor de foto (een erg vaste hand was er wel niet bij zo snel-snel voor het werk vanmorgen).

Ik maakte de versie met Alpro Bakken & Braden; en gooide ook wat kaneel bij de bloemsuiker waarin de koekjes gewenteld worden. Echt man, zo lekker dat die koekjes zijn. En zo makkelijk om te maken. En het ongebakken deeg is ook ge-wel-dig. Het beste bewijs dat deze koekjes winners zijn waarschijnlijk.

Omdat het tenslotte toch om een kado ging, verplakte ik vanavond een grote envelop tot koekjesverpakking. En die staat nu mooi te blinken (vetvlekken incluis) naast de gezinsverpakking huisgemaakte granola. 


Klaar om naar Londen te worden verscheept, driewerf hoera!

zondag 7 oktober 2012

dag herfst (2) huisgemaakte granola & dagtrippen

Naast lezen nodigt de herfst ook uit tot iets vaker in de keuken staan. En zo deed ik op een regenachtige zondagmiddag een poging tot het zelf maken van granola-repen. U weet wel, zo van die semi-gezonde granenrepen die een fortuin kosten in de winkel en waar ze dan meestal ook nog eens rozijnen indraaien. Een beetje googelen bracht mij een eindeloze lijst van recepten maar uiteindelijk gooide ik gewoon zelf wat bij elkaar - excuseert u mij de weinig wetenschappelijke benaming van hoeveelheden, ik ben nu eenmaal niet van het wegende type.

-handvol havervlokken
-twee handjes vol zonnebloempitten
-twee handjesvol pompoenpitten
-handvol bresilnoten (of gelijk welke noten die u lekker vindt)
-klontje boter
-bijna een halve pot pindakaas (toegegeven - dat is wat veel van het goeie, een dik gevulde eetlepel zal wel volstaan)
-scheutje agavesiroop (of suiker of honing)

In het kort komt het erop neer dat je de granen en zaden eerst een tiental minuten roostert in de oven zodat ze lekker krokant worden. Ondertussen smelt je wat boter in een pan, met wat agavesiroop (of iets anders zoets) en pindakaas erbij. Vervolgens is het een kwestie van natte en droge (de geroosterde pitten/granen en de gehakte noten) ingrediënten bij elkaar gooien. Ik maakte dus een versie met havervlokken, pompoenpitten, zonnebloempitten en bresilnoten. De hoeveelheden kunnen gevarieerd worden naar gelang uw goesting, het is enkel een kwestie van de verhouding natte-droge ingrediënten zo te houden dat het geheel aan elkaar plakt. Samengedrukt in een ovenschaal kan alles dan nog een twintigtal minuten in de oven - al krijgt u waarschijnlijk hetzelfde resultaat door alles in de koelkast te zetten.



In repen snijden ging tot mijn verbazing ook erg goed, slechts hier en daar brokkelde er wat vanaf. Maar dat smaakte dan weer heel goed met wat bosbessen en yofu bij het ontbijt.



Het resultaat was heel (héél) erg lekker, maar ook wel behoorlijk, euhm... vullend. Laat ons zeggen dat zo'n reep in de loop van de ochtend bijna voldoende was om tot het avondeten verder te kunnen, zelfs voor een grote eter als ik. In de volgende versie laat ik dan ook de boter en pindakaas achterwege denk ik.

Volgens dat concept maak ik intussen ook zelf ontbijtgranen - pitten en havervlokken even roosteren, gehakte noten erbij en vervolgens het geheel voorzien van een heel dun laagje agavesiroop. Keilekker en niks honger tot aan de middagpauze = winner!


En verder hoor ik graag wat tips voor herfsttrips van u. In het kader van het eindelijk eens déftig te leren rijden plannen de kapucijnapen namelijk heel wat dagtrips de komende weken. Vorige week brachten we uit pure kindernostalgie een bezoekje aan Jantje van Sluis, maar al uw tips voor andere bestemmingen (binnen of net buiten de landsgrenzen) zijn meer dan welkom!

woensdag 22 augustus 2012

Quintessentially British

Ik had u nog wat over Berlijn beloofd, maar ter ere van de zomerse temperaturen: een intermezzo! Met dit weer haal ik namelijk al eens graag een glas alcohol boven op het balkon. Alvorens u mij van alcoholisme beschuldigd, onderstaande is zowat het enige alcoholische drankje dat ik echt lekker vind.

De Britse nationale zomerdrank, een gewoonte die bizar genoeg helemaal niet lijkt over te waaien naar het vasteland: Pimm's*. Puur smaakt het goedje naar hoestsiroop, maar 1 deel Pimm's met 3 delen limonade (Sprite of iets dergelijks), en naar believen komkommer, aardbeien, munt en appelsien; dat is een feest.

Een glas Pimm's in de hand en u waant zich meteen of Wimbledon of op een high tea bij de Queen. In plaats van op een Brussels balkonnetje bijvoorbeeld. Nu nog wat strawberries & cream er naast, en het plaatje zou compleet zijn. Plus, dat ziet er gewoon uit als iced tea, dus mocht u wél een alcoholverslaving te verbergen hebben, het kan maar van pas komen. Cheers!



*Ik zocht in België vrij lang naar zo'n fles, maar uiteindelijk bleek ie wel te vinden in de grotere supermarkten (de GB van Parking 58 die intussen verdwenen is, in mijn geval).

zondag 12 februari 2012

Pret met borduurringen en broodsmeersel voor Kelly

Ik heb u alweer eindeloos verwaarloosd. Mijn excuses, en dat het winter is en koud en dat mijn naai-goesting dan op een laag pitje staat (maar ik kan u wel weer veel boeken aanraden! is dat ook goed?).

Ik liep de afgelopen maanden wel eens regelmatig bij de Veritas binnen voor borduurringen. Dat dat leuk staat met een schoon stofke in om tegen uw muur te hangen had 'k al langer door, maar 't was bij deze blogster dat 'k ineens ook de meerwaarde van het borduren zelf zag. Ziet eens hoe schoon.  

En aangezien borduren ook vanonder een dekentje kan, is het een stuk aantrekkelijker dan de naaimachine op koude winteravonden. De resultaten zijn nog wat wisselvallig; het is ongetwijfeld een goed plan om op voorhand met krijt je borduursel al op de stof te tekenen. Want anders krijg je dit soort toestanden; de ontvangster was er misschien wel tevreden mee, maar het geheel doet toch wat denken aan een foutgelopen les Schoon Schrift, in het tweede leerjaar. Idem met onderstaand exemplaar eigenlijk, maar dat is dan weer zo'n geweldige stof, dat het opschrift bijzaak wordt.

stof: Birch foto: nieuwe eigenaresse

Tegen versie drie kreeg ik het borduren eindelijk wat beter onder de knie. De geweldig nerdy tekst moet u er maar bijnemen.
stof: overschot stuk dekbedovertrek (Hema)
Zo kregen drie van mijn beste Londense vriendinnen wat muurversiering voor hun verjaardag - en vervolgens gunde ik mezelf ook wat; zij het een simpelere versie, zonder borduursel, om als prikbord naast de naaimachine dienst te doen:


En gezien de liefde voor de borduurringen standhield maar die voor het borduren zelf toch wat afnam, volgde er nog een laatste versie, een geboortekado'tje, met flockfolie:


Ah en wat ik tenslotte ook nog maakte was iets heel erg lekker voor op de boterham, dankzij de rode bieten van Julienne en het recept dat bij in de groentenmand stak. Een recept van Vlaandren's favoriete keukenprins, dus ik hoef het niet eens uit te schrijven, u kan gewoon eens hier gaan kijken. De paling en appel bleven achterwege, maar als broodsmeersel is de combinatie rode bieten tartaar + saus echt 'n aanrader; iets om aan uw collectie toe te voegen, Kelly! Bovendien ook altijd fotogeniek, rode bieten:


Rest mij u dan enkel nog naar Antwerpen te sturen; en wel voor de Lolly Pop-up store, een klein winkeltje vol leuke zelfmaak, handmade in Belgium, alwaar 'k een paar weken terug passeerde. Wel snel zijn, want de dames sluiten op 25 februari de deuren!

donderdag 7 april 2011

lekker eten voor de luie huisvrouw

Naast het fijne kado’tjes-nieuws is er ook het jammerlijke nieuwtje dat mijn naaimachine op sterven na dood is. De naaimachine-meneer heeft namelijk laten weten dat de motor stuk is. En dat het niet zo makkelijk is om een vervangmotor te vinden voor een jaren ’70 Bernina. Balen dus, maar niets aan te doen. Als het ding effectief schielijk overleden blijkt zal ik op zoek moeten naar een waardige vervanger en voor zo’n nieuwe wit-plastieken versie ben ik nog niet klaar denk ik (jaaa, ik weet dat dat beter marcheert, maar wie niet echt deftig kan naaien heeft toch maar best een machine dat op z’n minst wat esthetisch verantwoord is, niet?). Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Naaien gebeurt hier dus al een tijdje niet meer, eten des te meer. Een recept kan ik dus wel met u delen. En zelfs niet zo maar een recept. Een paar maanden geleden at ik op een internationaal gekleurd etentje een geweldig bord spaghetti (want het ligt voor de hand dat op internationaal gekleurde etentjes de beschikbare Italiaan wordt aangeduid om voor het eten te zorgen). Sindsdien komt de bewuste pastasaus minstens een keer per week op tafel wegens supersimpel en vooral onweerstaanbaar lekker.
U hebt nodig:
-2 bakjes kerstomaten
-een uit de kluiten gewassen ajuin
-een paar teentjes knoflook
-een pak spaghetti (of wat voor pastavorm uw keuze ook wegdraagt)
-kaas – hier wordt het een beetje moeilijk want de beste kaas is de ietwat obscure Societé Crème die helemaal niet chique of duur is maar wel moeilijk te vinden(enfin, toch hier in Brussel waar ik hem enkel vind in de Delhaize op Place Luxembourg – bij wijze van nutteloos feit van de dag deel ik u graag nog mee dat er een Facebook fanpagina bestaat voor voornoemde kaas, ik wil maar zeggen he) Niet te vinden? Geen nood, want het gaat eigenlijk om een mengeling van Roquefort (één derde) en zachte schapenkaas/room (twee derden), dus dat kan u vast zelf ook wel min of meer fabriceren. Ik maakte ooit een versie met ricotta en gorgonzola en dat werkt eigenlijk ook best.
-peper en zout, olijfolie, een klein beetje suiker
Zo dus:

Het concept is even simpel als briljant: begin uw pasta te koken en snij de ajuin en look fijn. Fruit in olijfolie. Snij de kerstomaatjes in twee, voeg bij de ajuin & look. Voeg peper en zout toe en eventueel een klein beetje suiker (kerstomaten die niet volledig rijp zijn hebben de neiging om nogal zuur te zijn in een warm gerecht). Laat een tijdje sudderen tot de inhoud van je kookpot er een beetje als saus begint uit te zien. Voeg de kaas toe, en laat smelten. KLAAR!
Dat ziet er dan ongeveer zo uit, maar dan beter: Jammer dat ik het u niet kan laten ruiken in plaats van te tonen, u zou een pak sneller overtuigd zijn!
Een gerecht waarvan de lijst met ingrediënten langer is dan de uitleg zelve - wat wilt ne mens nog meer?

zaterdag 19 februari 2011

Adjaruli Khachapuri (ofte, maak eens iets wat uw aders instant doet dichtslibben)

Het is er dan eindelijk toch van gekomen. Al sinds ik begin augustus terugkwam uit Georgië stond het recept van Adjaruli Khachapuri hoog op mijn keukenlijstje. Maar het bleek niet het soort recept te zijn waar je ’s avonds na de werkdag nog snel even aan begint. Een vrije dag deze week was dan weer wel het ideale moment om een beetje Georgië op mijn bord te toveren, des te meer omdat ik het weekend voordien de Russische supermarkt hier vlakbij had ontdekt en een serieuze portie suluguni had aangeschaft, een populaire Georgische kaas (zij het wel gefabriceerd in Duitsland, maar goed, dat is beter voor mijn ecologische voedselafdruk zeker?)

 Ik gebruikte dit recept, maar deed wel enkele aanpassingen. Khachapuri is één van de basisitems uit de Georgische keuken en elke regio maakt z’n eigen versie. Elke zichzelf respecterende Georgiër weet dat er op een Adjaruli Khachapuri een ei en een stuk boter moet.

Het deegrecept is vrij straight forward, bestaande uit gist, water en bloem, al moet je uiteraard rekening houden met anderhalf tot twee uur rijzen. De geur van gist bracht mij meteen terug naar de Wuustwezelse kinderboerderij waar ik mijn eerste en tevens laatste eigen brood bakte, op schoolreisje in het eerste leerjaar. A la recherche du temps perdu. 
Voor de vulling gooide ik een stevige portie suluguni-kaas (al wil ik zeker geloven dat het met Gruyère, volgens het recept even goed lukt), anderhalf potje yoghurt en een heel potje Chavroux-achtige geitenkaas bij elkaar. Flink mengen tot het een min of meer homogene massa wordt en vervolgens op de twee stukken uitgerold deeg uitsmeren. Ik zette beide khachapuri's ongeveer 20 minuten in de oven (tot de kaas een beetje bruin werd) en voegde halverwege het ei toe. Veel te snel, zo bleek, want dit resulteerde in 2 superdoorbakken eieren, in plaats van de bijna rauwe versie die ik in Georgië op mijn bord kreeg.
Mét boter ziet het er al helemaal supergezond uit.

En man, het was lekker. Ik waande mij meteen weer in 40 graden op een terras in Tbilisi, tussen fijne mensen en met enorme hoeveelheden gewéldig lekker eten op tafel. Want in tegenstelling tot de meeste Oost-Europese/post-Sovjet keukens is de Georgische enorm vegetariër-vriendelijk en supergevarieerd. Misschien dat ik mij binnenkort dus ook eens aan khinkali of lobio waag. Maar in tussentijd kan u dit zeker ook al eens proberen, want ook zonder Georgië-heimwee is het gewoon erg lekker. Liefst met een tomaat/komkommer salade erbij ofzo, maar dat zal misschien eerder voor de zomer zijn...

En dan kan u een beetje dromen dat u hier bent:



En als u mij nu wilt excuseren, ik ga wat nietsvermoedende jeugd de vakantie van hun leven aanpraten.

zaterdag 8 januari 2011

Number 55

Toen ik in Londen woonde hadden we een stamrestaurant. Te midden van de drukte en de m'as-tu-vus van uitgaansbuurt SoHo zat er een Thai, genaamd Chiang Mai. Heel erg niet-hip in vergelijking met de concurrentie in de buurt, met doodvriendelijk, verlegen personeel; ook al niet echt typisch voor de omgeving en bovendien spotgoedkoop. Maar met het àllerlekkerste eten. 
Na een tijdje moest ik zelfs mijn bestelling niet meer doorgeven, want op het moment dat ik binnenstapte werd de instructie al naar de keuken geroepen: number 55, with tofu. 
Iedereen die ik leerde kennen of die op bezoek kwam werd -willen of niet- meegezeuld voor een Thaise maaltijd. Maar toen we in december de proclamatie wilden gaan vieren met een number 55 bleek het onvermijdelijke gebeurd - Chiang Mai is niet meer. Er zit nog steeds een Thai op dezelfde plaats, maar het is zo'n hippe versie geworden, met dure meubels en obers in het fancy zwart. De prijs is recht evenredig gestegen met die van het interieur, maar van het menu blijft weinig over. Weg met de nummertjes en weg met number 55. Gang hang lae noemt dat trouwens. Want ja, het is zo lekker dat ik niet enkel het nummertje maar ook de naam ken.

Een geluk dat ik intussen al zelf in de weer was geweest met het uitdokteren van het recept. Mijn samenraapsel kan uiteraard niet helemaal tippen aan de originele versie. Maar als u van Thais houdt, haal dan toch maar de volgende ingrediënten boven:

-een stevig stuk verse gember
-een potje Thai red curry (ik gebruik meestal die van Thai heritage die makkelijk te vinden is - over het potje uit de biowinkel was ik niet zo enthousiast)
-een doos kokosmelk/room
-een pakje tofu
-1 ajuin
-2 teentjes look
-een rode en/of gele paprika (broccoli kan ook) 
-verse koriander
-pindanoten (al heb 'k die er zelf nog nooit bijgegooid, wegens moeilijk te vinden in niet-gezouten versie)
-rijst naar keuze

En aan de slag: Breng de rijst aan de kook. Meng de rode curry geleidelijk met de kokosroom tot een (redelijk) homogene massa. Koud is het niet bijster lekker, maar proef best toch alvast even om te checken of de pikantheidsgraad goed zit. Snij de tofu in blokjes en voeg bij het curry/kokosmengsel - zet de hele handel even aan de kant.
Snij de ajuin, look, gember en paprika en stoof in olie samen met de pindanoten.  Eens de groenten min of meer gaar zijn gooit u het curry/kokos/tofu mengsel erbij. Op een zacht vuurtje laten opwarmen en tadaaaaa, klaar! Als alles goed gaat is de rijst intussen ook gaar en kan u het hele zootje bij elkaar gooien, met wat verse koriander er bovenop. En dan maar inbeelden dat u in een onhip Londens restaurant zit en bediend wordt door de aardigste mensen van de wereld.

donderdag 30 december 2010

the boy in the striped sweater en een kleine uitweiding

Gisterenochtend stond ik op met het vaste voornemen om een popje uit de naaimachine te schudden. Eentje met een rood-wit gestreepte trui. Helaas had ik noch rood-wit gestreepte, noch lichtroze stof in huis. Maar redding is gelukkig altijd nabij in de vorm van de rommelmarkt - want een uurtje en acht euro later kwam ik thuis met:
genoeg lichtroze stof voor een weeshuis vol popjes, iets wat in de buurt komt van rood-wit gestreepte stof,  nog 2 andere lappen die mooi dienst gaan kunnen doen als voering in de toekomst en...
...een gebreid vestje dat mits wat strategische aanpassingen schoon in mijn winter-garderobe zal passen. Want wie niet kan breien, moet gewoon goed kunnen zoeken.

(het is mij de afgelopen maanden trouwens wel vaker overkomen dat 'k iets uit een hoop stof trok dat achteraf gewoon erg draagbaar bleek te zijn, zo werd mijn kast voor in totaal een luttele vijf euro aangevuld met:
En met nog 2 euro erbovenop begon ik ook alvast aan de kleerkast van een nog zeer hypothetische kleine Kapucijnaap, want dit kon ik toch onmogelijk laten liggen?:
En ja, kinderkapstokken zijn er dus ook nog lang niet in huis he :)


Soit, dat terzijde. De stoffen gingen de wasmachine in, enkele stiksels later was het oranje verdwenen uit de oranje-rood-wit-gestreepte stof en toverde ik deze jongeman vanonder de naaimachine:
En mocht u dat prentje niet herkennen, dan wordt het hoog tijd dat u enkele prentenboeken van Oliver Jeffers in huis haalt, want die zijn serieus de moeite waard. De verhalen van het jongetje met de gestreepte trui zijn nog niet in het Nederlands uitgegeven, maar u hoeft dan ook geen letter Engels te begrijpen om naar de mooie prentjes te kijken.

Verder maakte ik ook nog borshtsh. Want wie niet meteen naar Rusland kan, moet Rusland maar naar zich toe laten komen. En dat lukte wonderwel. Op de Bio de Janeiro blog vindt u een borshtsh recept voor omnivoren, maar ik gebruikte deze vegetarische versie (heerlijke blog overigens). En met succes:
Past bovendien bij de keukentafel. Ingrediënten die het af maken zijn citroensap, dille en zure room. En zo krijgen we spontaan de neiging om op onze stoel te klimmen en in een lied uit te barsten. Want er kan veel gezegd worden over Rusland, maar qua volkslied doen die mannen het toch wel goed.

maandag 27 december 2010

Kersttrots

Het werd een lange avond op 23 december, maar wel mét resultaat, want onder de kerstboom kon ik een reeks zelfgemaakte pakjes leggen. Met dank aan de vakantiedagen zelfs gefotografeerd bij daglicht - als dat gene schone kerstkado is voor u, lieve lezer.

-een gsm-zakje voor de grootmoeder, naar een tutorial op Eloleo's blog, die ik hier vond, in een Vossenpleinstofje. Zichtbare naden zijn mijn ding zo niet en de knoop staat niet bepaald in het midden, maar het werd toch met liefde ontvangen:

-zelfgebakken koekjes. Volgens het basisrecept voor zandkoekjes (300gr bloem, 200gr boter, 100gr suiker, 1 ei) uit het "Eigentijds bakken"-boek (eigentijds anno 1985 weliswaar) waarbij ik nog wat geplette pepernoten gooide - een aanrader! Hertenkoekjes maken mét poten en gewei bleek wel geen sinecure. 
(De vormpjes komen uit de Hema-doos die gekocht werd in het kader van de kerstmarkt - 75 plastieken koekjesvormen voor 5 euro, weinig ecologisch verantwoord jammergenoeg, maar het enige wat in het beperkte budget paste. Mocht u interesse hebben in een reeks koekjesvormen in sport-thema, met vlinders of andere beestjes - ik stuur ze u met plezier op.)

De koekjes werden in snel bij elkaar gestikte zakjes gestoken en bezorgd aan groot- en schoonouders:

-voor de zus, die evenveel van vossen houdt als deze dame, maakte ik het pièce de resistance: ne vos!
(dat kussentje eronder dateert overigens van jaren geleden, in de tijd dat ik al driftig met naald en draad in de weer was maar nog lang geen naaimachine in het bezit had - gemaakt uit een stuk kinderbedovertrek van de Hema)

Inspiratie voor de vos pikte ik hier, al ziet hij er met die grote witte plek misschien iets meer uit als een panda dan als een vos. Maar desalniettemin ben ik er geweldig content van, dus krijgt u hem ook nog eens te zien in het sneeuwlandschap:
Hij werd gemaakt van een oude deken die ik op het Vossenplein vond (jaja, alweer, maar wel toepasselijk in dit geval, niet?) en de witte stof is overschot uit een schortje van bij Spullenhulp - de vulling bestaat volledig uit restjes stof die ik de afgelopen maanden bij elkaar verzamelde.

Technisch gezien kan ik bij deze nummer 1 al van mijn to do-lijstje voor 2011 schrappen, maar dat zou vals spelen zijn en ik heb nog iets anders vosvormigs in mijn hoofd, dus voorlopig blijft het lijstje intact. 

Voor mezelf en meneer Kapucijnaap lag er trouwens een verwarmingstoestel onder de kerstboom, dus dat betekent alvast één excuus minder om niet achter de naaimachine te zitten in de komende wintermaanden!